Dagzin (120)
Ik heb nooit goed binnen de lijntjes kunnen kleuren, te ongeduldig, mijn leven vaart op potloodschetsen.
Ik heb nooit goed binnen de lijntjes kunnen kleuren, te ongeduldig, mijn leven vaart op potloodschetsen.
Dit bezorgde wezen
kan niets van je vragen
zich niet geven nog
niet te veel geluk verdragen
Problemen zijn er altijd
soms klein of terug van weggeweest
en ik leef te veel in spijt
nauwelijks in mijn overwinningen
Ik ben te ingewikkeld
een hart vol vissermansknopen
ik verlies mezelf in stille diepte
kan mijn verdedigingsmuren niet slopen
Liefde is er regelmatig
soms kort of terug van weggeweest
en ik leef vooral nalatig
vergeet al mijn kracht te gebruiken
Dus ik zal niet herhalen
ook als je het niet hoort
ik geef al op voor het begin
waarin al mijn bedoeling smoort
Dus ik zal je niet smeken
je niet vangen of tillen
of mijn hart laten breken
want dan ben ik allang vertrokken
Mijn lippen vallen op elkaar
en dat zwijgen ken ik wel
als het maar niet te moeilijk wordt
niet te dichtbij en zeker niet te snel
Niemand is op tijd
of van plan lang te blijven
Ze ziet mijn spijt
maar zal me niet schrijven
Eentje van Meneer Acda: "Kus de vloeken van mijn mond."
Een gedicht
vol huppelende zinnen
Opgewekt en vrolijk broos
fris en zonder beurse gedachten
Het mag geen naam
Een flits van nieuwe schoonheid
zonder eind of begin
Een mineraal
in ongelovige handen
Inelkaar glijdende handen
in een park in Amsterdam
Het mag geen naam
Een gedicht
over een enkele ontmoeting
Klein en functioneel dichtbij
fijn en in ingehouden euforie
De afstand doet zijn werk
en smeekt me om woorden
Ik fluister en vertrouw
op vervolgverhalen
Het mag geen
In een spervuur van zonnestralen
licht je op voor mijn ogen
Het mag geen
Ik fluister je naam
Guts, klater, stort onbeschaamd in de zweetopera der tastende handen, dwars door alle lagen van de ziel.
Staren naar een jampot vol koolwitjes, met ademgaatjes in de deksel, zes jaar en gebiologeerd.
Armen vol porselein
dartelend, beleefd
zo bewegen we
onder blakende zonnen
en parasols
verder waar gister begonnen
Neuzen vol etensgeuren
uit keuken, naar tafel
zo rennen we
tegen de vijandige klokken
en ontevredenheid
bladen vol laatste slokken
Als de wereld verzadigd is
en hoofd verlangt naar kussen
dan drinken we en praten
om te slaap te sussen
Als de laatste waggelaar vertrekt
en de glazen zijn gespoeld
dan drinken we en praten
zoals Bacchus heeft bedoeld
Om voordat het leven weer begint
tollend de voordeur te vinden
om als kaarsvet in alcohol
in diepe dromen te zinken
De beschimte hofnar en zijn zelfspot:"Ik moet soms ook om mezelf lachen."
De lucht trilt
stuitert over het asfalt
in het stille dorp
dat in panorama's vervalt
De wind verraadt
de verstuivende tijd
over gouden graanvelden
door zwaluwen begeleidt
Geen geraas
blauw, groen en goud
de wereld is hier wieg
een lakenvelder die herkauwt
Fragmenten zijn hier boeken
de vergezichten trouw
als het zoet in mijn koffie
als de stratenmaker aan zijn kloffie
Weemoed wint hier elke slag
het verlangen is kraakhelder
je ligt op mijn blauwe ogen
staat je minzaam af te drogen
Een tractor buldert
ploegt zich door de droogte
woelt de dagen door elkaar
mijn oren op Mayerx92s gitaar
De lichtheid kietelt
mijn toch al verrukte gemoed
de horizon is ver genoeg
je bent er in overvloed
De nachten zijn hier eenvoud
lakens overbodig
een peuk, een pen
veel meer is er niet nodig
Ik adem in
en schrijf uit
van ver weg naar dichtbij
als een accordeon
van jou naar mij
Al veel te laat voor te vroeg
al veel te ver voor dichtbij
al veel te warm voor huivering
al veel te los van mij
Te eenzaam
voor gearmd rijm
te tevreden met alleen
Er komt een tijd
van een onstopbaar bloeien
van beide armen in de lucht
of om de middel van de laatste
al gelooft geen leeg paar handen
geen verlaten hart
er komt een tijd
er komt een tijd